Jeroen Niemans

Wat in de praktijk nodig is om werkbaar te maken wat er in papieren plannen zo goed uitziet  

Je ziet de plekken waar we wonen, werken en leven soms letterlijk voor je neus ontwikkelen. Fysieke leefomgeving is een thema in beweging. Dat komt ook zeker voor de veranderende manier waarop we er naar kijken vanuit verschillende vakperspectieven. Wat is er nu nodig voor straks? Hoe hangt het met elkaar samen? Graag en regelmatig deel ik mijn kijk op ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving op verschillende manieren met vakgenoten en andere geïnteresseerden. Zulke podia en publicaties vind ik erg waardevol. Daarom zet ik mij ook in voor NL Magazine, een vakblad voor regionale en stedelijke ontwikkeling. Dat is net als veel in het ruimtelijk domein iets dat op de spreekwoordelijke tekentafel begint en je uiteindelijk gerealiseerd op de leestafel legt. 
 
Omdat ik geen uitblinker was in de exacte vakken, vertrok ik ruim 20 jaar geleden niet uit mijn geboorteplaats Venray om architect te worden maar om planologie te studeren aan de Universiteit Utrecht (UU). Daar verdiepte ik mij bijvoorbeeld in de rol en het gedrag van mensen in relatie tot gebiedsplannen en -ontwerpen. Dat sprak me aan en daar wilde ik in door. Na mijn studie was ik daarom als jonge projectleider betrokken bij de ontwikkeling van voorzieningen als fietsenstallingen in verschillende gemeenten. Ik vind het, na zoveel jaar, nog steeds gaaf om op zulke plekken te zien en aan te raken wat ik vanaf het allereerste plan heb helpen realiseren. 
 

Andere kant zien 

Na verschillende management- en adviesrollen in kennisintensieve organisaties zoals Nirov (later Platform31) en RUIMTEVOLK, raakte ik steeds benieuwder naar ‘de andere kant’. Naar wat nu nodig is om in de praktijk werkbaar te krijgen wat er in papieren plannen zo goed uitziet. Met naast aandacht voor de inhoud ook voor wat het van mensen en organisaties vraagt. Voor wat maakt dat zij succesvol kunnen (samen)werken aan maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld in het licht van de Omgevingswet. Met het oog op de implementatie daarvan heb ik al sinds 2012 verschillende pilots en trajecten gedaan met verschillende (publieke) organisaties. De Omgevingswet-praktijk ken ik dan ook goed. Daarin gaat volgens mij echt over het organiseren van een andere manier van denken en doen. Het vraagt om een samenspel van (vak)inhoud en organisatieontwikkeling. Het sprak me aan hoe Hiemstra & De Vries hier aan werkt. In de nazomer van 2018 stapte ik daarom als adviseur aan boord. 
 

De ruimte in

Vroeger wilde ik astronaut worden. Ik ging wel de ruimte in, maar dan op een andere manier. De nieuwsgierigheid naar ‘hoe het werkt’ die ik als kind had, heb ik nog steeds. Al bouw ik nu natuurlijk geen zelfbedachte steden meer met Lego en Playmobilpoppetjes, hooguit met mijn kinderen. Mijn interesse voor de fysieke leefomgeving loopt als een rode draad door mijn dagelijks leven. Nog steeds verwonder ik me over de ruimte om mij heen, waar ik ook ben. Of ik nu wandel in het bos of rondloop in het stationsgebied van mijn woonplaats Utrecht: ik zie en voel de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en de mensen die zich daarin bewegen. 
 

Thema’s en kennisgebieden: Fysieke leefomgeving (Omgevingswet) Omgevingsprofessional Fysieke Leefomgeving (Energietransitie)