Snijvlak tussen energietransitie en kansengelijkheid

Hoe zorg je ervoor dat iedereen mee kan doen met de energietransitie? Hoe voorkom je dat mensen letterlijk in de kou zitten? We spreken van energiearmoede wanneer een huishouden onvoldoende toegang heeft tot energievoorzieningen in huis. Inschattingen van TNO zijn dat ruim 4% van de Nederlandse bevolking energiearm is. Dit zijn ruim 320.000 huishoudens. Vaak is energiearmoede een onderdeel van een vicieuze cirkel van financiële problemen, lichamelijke en geestelijke gezondheidsklachten. Het doorbreken van die cirkel is niet alleen nodig voor de mensen in energiearmoede zelf, maar ook voor het draagvlak en daarmee het slagen van de energietransitie.

Goede samenwerking is nodig

Wij zien de aanpak van energiearmoede door onze organisatiebril. Goede samenwerking is daarbij essentieel. Samenwerking tussen de beleidsgebieden: wonen, armoede en duurzaamheid. Maar ook samenwerking met bewoners en partners zoals woningcorporaties, VVE’s en energiecorporaties. Hoe weet je elkaar te vinden en versterk je elkaars werkzaamheden? Hoe kom je van ideeën naar actie? Hoe zorg je dat incidentele initiatieven worden verankerd?

Van strategisch tot operationeel

Voorbeelden van interventies om energiearmoede terug te dringen zijn divers. Denk aan het inzetten van energiecoaches, kredietverstrekking voor mensen met een smalle beurs tot het onderbrengen van energiearmoede bij de wijkuitvoeringsplannen van de Transitievisie Warmte. Uitdaging die we bij veel bestaande initiatieven zien is om aan te sluiten bij de doelgroep. Bijvoorbeeld hoe je ervoor zorgt dat beschikbare subsidies worden gevonden door die mensen die het ‘t hardst nodig hebben.