Van minimale acties naar maximale mogelijkheden met de Omgevingswet

Een jaar extra voor de implementatie van de Omgevingswet. Nee, ga nou niet achteroverleunen nu de invoering van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2022, maar benut deze kans om nog eens goed na te denken. Over op welke manier je dat jaar effectief kan benutten. Gelukkig zien en horen we dat veel gemeenten iedereen die zich met de implementatie van de wet bezighoudt zeker niet verslappen. Wel dat ze hun aanpak nog eens tegen het licht houden en waar nodig herijken. Dit is het moment om bij te sturen. Wat kunnen we in dat kader leren van de vorige grote transitie in gemeenteland, de decentralisatie in het sociaal domein?  De komende weken delen we onze ervaringen en gaan we in gesprek met directeuren uit het fysieke en sociale domein. Welke lessen kunnen we leren van de transitie in het sociaal domein?

Terugkijkend is er in het sociaal domein aanvankelijk veel gepraat over de toekomst die er in het verschiet lag. Misschien is er, als je terugkijkt, wel te lang gedroomd en te weinig ingezet op werkbare afspraken. Daardoor is de decentralisatie eigenlijk niet goed afgemaakt, en spreken we nu, vijf jaar later, eigenlijk over de vervolmaking van het proces: van transitie naar transformatie. Die valkuil willen we bij de invoering van de Omgevingswet natuurlijk graag vermijden. Lastig? Wij doen een aanzet op basis van vier lessen uit het sociaal domein:

* Verleg de focus van binnen naar de keten: Veel gemeenten zijn bij de implementatie van de Omgevingswet tot nu toe vooral gericht geweest op de eigen organisatie en werkprocessen. Dat is niet zo gek, maar de Omgevingswet vraagt ook een andere manier van samenwerken met je ketenpartners. Die gaan dezelfde zoektocht door. De les van het sociaal domein is om zo snel mogelijk te starten met het samen optrekken met je ketenpartners en het ontwikkelen van duidelijke samenwerkingsafspraken. Want, heel simpel: het proces is net zo goed belangrijk als prestaties. En hoe eerder je begint, hoe langer je de tijd hebt om met elkaar te experimenteren en bijsturen. Zodat het voor iedereen het prettigst werkt. Spreek daarom met elkaar af hoe je met elkaar omgaat. Welke plek samen leren in dit traject krijgt. En benoem elkaars belangen en zorgen.

* Geef ruimte aan leren en leg dit ook vast in afspraken. De Omgevingswet is niet alleen een technisch-juridische opgave, maar vraagt ook en omslag in de manier waarop we werken. Een nieuwe manier van werken leer je niet in één dag aan. Bij het sociaal domein was vooral weinig aandacht voor leren op strategisch niveau, terwijl dit wel heel belangrijk is. Bij veel gemeenten wordt in de transitie van de Omgevingswet wel ruimte geboden voor opleiding, maar dit is vaak gericht op inhoudelijke kennis en praktische zaken zoals het werken volgens nieuwe werkprocessen of met nieuwe systemen. Het is (nog) niet overal gericht op (persoonlijke) ontwikkeling en vaardigheden en de nieuwe competenties die worden gevraagd. Op alle niveaus, en bij voorkeur zo georganiseerd dat het bijdraagt aan integraal werken.  

* Voer op organisatieniveau het gesprek over je rol als overheid. Wees je bewust van de rol die je speelt, en dat die per traject kan verschillen. Soms ben je alleen faciliterend, soms heb je de regie, soms ben je beslisser. Voorbeeld in het fysiek domein: als wijkmanager ben je én gesprekspartner én kaderstellend én heb je tegelijkertijd geen mandaat. Rolbewustzijn vraagt om vaardigheid in communicatie en om rolduidelijkheid voor iedereen aan de tafel. Maatwerk is een expliciet doel van de Omgevingswet. Als dat besef is ingedaald, is het veel gemakkelijker om passende afspraken te maken.

* Gebruik concrete dossiers om beleid en uitvoering samen te brengen. De ambitie van de Omgevingswet om beleid en uitvoering dichter bij elkaar te brengen blijft vaak best wel theoretisch. In het sociaal domein zag je dit ook: hier ging het er vaak om dat sommige verzoeken of burgerinitiatieven beleidstechnisch gezien best mogelijk waren, maar contractueel niet. Daardoor bleef er een kloof ontstaan tussen papier en praktijk. Door contractmanagers en strategisch adviseurs samen aan tafel te zetten om aan de slag te gaan met hun concrete casus, bleek er vaak ineens veel meer mogelijk in het belang van de burger. Wanneer we dit vertalen naar de Omgevingswet dan wordt er veel verwacht van Omgevingstafels als onderdeel van het beleidsproces.  Maar wellicht kan dat ook kleinschaliger, in het sociale domein organiseren ze zogeheten ‘escalatietafels’ met inhoudelijke experts als de behandelaar van een casus er niet uit komt, of tegenstellingen tegenkomt. De Omgevingswet vraagt om een efficiënt route wanneer een aanvraag niet direct kan worden goedgekeurd. Overheden moeten nu immers binnen 8 weken beslissen. Complexe dossiers komen op de Omgevingstafel terecht, maar van het sociaal domein kunnen we leren dat korte lijnen om inhoudelijk advies te realiseren nuttig is. Een soort Omgevingstafel light.

Dit zijn slechts een beperkt aantal lessen die geleerd kunnen worden van het sociaal domein. De komende periode publiceren we een aantal dubbelinterviews met directeuren sociaal en fysiek domein van verschillende gemeenten. Ter inspiratie en om bij stil te staan en een plek te geven in de voorbereidingen van de invoering van de Omgevingswet. De uitdagingen van die invoering zijn talrijk, maar met praktische lessen komen we sneller van dromen naar doen.