Verplicht regionaal samenwerken in de jeugdhulp: Drie patronen die we moeten doorbreken

‘Help ons de regionale samenwerking verbeteren’. Deze vraag hebben we afgelopen jaren van veel (jeugdhulp)regio’s in het land ontvangen. Een paar weken geleden kwam het nieuws naar buiten dat minister Hugo de Jonge ingrijpt in de jeugdzorg. Gemeenten zijn verplicht om regionaal samen te werken. Hij wil geen taken weghalen maar benadrukt in een debat met de tweede kamer dat hij wel betere samenwerking wil afdwingen tussen gemeenten in regio’s. Dat lijkt een heldere boodschap, maar zonder aandacht voor de onderliggende dynamiek verandert er wat ons betreft niets. Net als bij gezinnen zelf is er aandacht nodig voor de patronen die we moeten doorbreken. Want dat een gedwongen huwelijk niet automatisch beter is voor de kinderen, dat weten we allemaal. We zien drie patronen in de regionale samenwerking die doorbroken moeten worden.

Erken de belangen die er zijn

Belangen van de betrokkenen zijn verschillend en zullen dat ook blijven. Een verplichting tot samenwerking verandert hier niets aan. Dat maakt het taai het om regionale samenwerking te veranderen, dat hebben we de afgelopen jaren wel gemerkt. Eén van de patronen die we zien, is dat betrokkenen vaak weinig oog en daarmee begrip hebben voor de werkwijze van de ander. Dat leidt tot verwijten als ‘jullie proberen altijd zaken door te drukken’, en: ‘jullie werken alleen samen als het uitkomt’. Met het delen, zien en erkennen van de verschillende belangen die er zijn, kom je verder. Dit vraagt om een open gesprek; ‘wat heb jij nodig om hier ja tegen te kunnen zeggen?’ Het overbruggen van de verschillen lukt alleen als je bereid bent daar tijd voor vrij te maken en bij te dragen aan het creëren van draagvlak. Ga bijvoorbeeld eens met jouw samenwerkingspartner mee naar een gemeenteraadsvergadering. Samen sta je sterker en de afstand wordt letterlijk en figuurlijk een stuk kleiner.

Gun elkaar de ruimte om te verkennen

Een tweede patroon dat we zien, is dat elk initiatief - hoe pril ook - tot discussie leidt. Alsof er al iets besloten is, voordat er een voorstel op tafel ligt. Neem met elkaar de tijd om vraagstukken expertmatig en praktijkgericht te onderzoeken in samenwerking met partners, nieuwsgierig te blijven en mensen van buiten te horen. Experimenteren, fouten maken en leren horen er in deze fase bij! Het kan helpen om een team ambtenaren en jeugdhulpverleners vrij te maken voor de regionale opdrachten. Hiermee verreik je de voorstellen en doe je meer recht aan de haalbaarheid en impact die ze hebben op de aanbieders en jongeren in de praktijk. Kies bij voorkeur ambtenaren die niet zijn verbonden aan één specifieke wethouder. Zo voorkom je dat elk initiatief als politiek gekleurd wordt gezien en kan er met oprechte interesse gezocht worden naar verschillende oplossingen.

Creëer eigenaarschap dwars door organisatielagen heen

Een derde patroon dat we zien, is dat medewerkers vaak alleen met soortgelijken aan tafel zitten. De wethouder vergadert met de wethouder. De gemeentesecretaris met de gemeentesecretaris. De directeur sociaal domein met de directeur sociaal domein. En de beleidsmedewerker met de beleidsmedewerker. Uitvoeringsprofessionals hebben geluk als ze hierin hun weg kunnen vinden. Besluiten gaan soms als een ‘hete aardappel’ van het ene overleg naar het andere, omdat het niet duidelijk is wie waar over gaat. Om eigenaarschap te creëren, is het goed om een kerngroep samen te stellen, waarin al deze lagen gezamenlijk vertegenwoordigd zijn. Deze kerngroep vormt de spil in de regionale samenwerking en opdrachten worden hier duidelijk belegd. Kies in deze kerngroep de mensen die vanwege hun expertise het vertrouwen genieten van de rest. Gezag gaat hier nadrukkelijk boven macht.

Meer weten over regionale samenwerking en het doorbreken van patronen? Zelf goede ervaringen hoe dit aan te pakken? Laat het ons weten!