Terugblik bijeenkomst Omgevingswet in de praktijk: succesvol verder met ruimte voor leren én leveren in publieke organisaties

Afgelopen donderdag 25 april ontvingen we bij ons in het WTC in Utrecht verschillende directeuren, projectleiders, managers en adviseurs uit publieke organisaties als gemeenten, provincies, waterschappen en belangenorganisaties. Met hen stonden we stil bij het (schijnbare) dilemma tussen ‘leren’ en ‘leveren’ bij de invoering van de Omgevingswet. In hoeverre neem je de tijd om te oefenen en fouten te maken terwijl de (tijds)druk van de invoering van de wet toeneemt. We merken in onze dagelijkse adviespraktijk dat veel publieke organisaties deze spanning herkennen. Daarom brachten we professionals bijeen om hierover uit te wisselen en van elkaars inzichten te leren. Hieronder delen we in een terugblik graag kort wat bevindingen. 

 

Op het programma: interviewgesprek met Jan Roest (provincie Zuid-Holland)

Jan Roest is programmamanager Implementatie Omgevingswet bij de Provincie Zuid-Holland en onze collega Ward Deckers vroeg hem naar zijn ervaringen met dit dilemma bij de invoering van de Omgevingswet. Zuid-Holland heeft ervoor gekozen om de invoering van de Omgevingswet (daarmee ook de nieuwe manier van werken) en de instrumenten (zoals de omgevingsvisie) bij twee verschillende programmamanagers te beleggen. Uiteraard trekken beiden nauw met elkaar op. Jan heeft daarmee de, naar eigen zeggen, prettige positie om veel aandacht te kunnen schenken aan de nieuwe manier van werken, zo vertelt hij. Volgens Jan is de werkelijke opgave van de invoering van de Omgevingswet het doorbreken van culturen. In zijn praktijk krijgt dat gestalte in pilots en experimenten met ruimte om uit te proberen, fouten te maken en samen te leren. Dat gaat met vallen en opstaan, je wilt voorkomen dat je in oude reflexen schiet als het spannend wordt op het leveren. Daarom zien we dat nog (te) vaak de gemakkelijkste projecten worden gekozen als pilots. De crux zit hem in het opschalen van kleine veranderingen vanuit pilots en experimenten (‘veranderfonteintjes’). Dat stimuleren ziet hij ook als zijn eigen rol. Dat vraagt van bestuur en directie om hier expliciet ruimte voor te maken. Als programmamanager zet hij zich daar dagelijks voor in. Hij neemt ons mee in een aantal voorbeelden waarin dit wél lukte, maar ook in situaties dat dit niet goed ging. Tot slot geeft Jan de aanwezigen even luchtig als ernstig de volgende uitsmijter mee: “We kennen allemaal de cartoon van Fokke & Sukke waarin aangekondigd wordt dat de cultuuromslag de 17de om half vier plaatsvindt. Daar lachen we misschien om maar het komt dichter bij de praktijk van verschillende publieke organisaties dan je zou willen. Voor cultuurverandering moet je expliciet tijd en (mentale) ruimte maken. Niet alleen in woorden, maar ook vooral in daden!”
 
 

Op het programma: verdieping op een goede balans tussen leren en leveren 

We daagden deelnemers uit om in de workshop het bekende paradigma van leveren te verruilen voor een andere kijk: de kijk van leren. Onze ervaring is dat je dan niet vanuit je bestaande kader naar een nieuw kader kan kijken. Daarom toverden we alle professionals in de deelsessie figuurlijk om in een superheld en onderzochten we vanuit dit alter-ego wat je zou kunnen doen om het lerend vermogen in de (project- of programma)organisatie te versterken. 

Werkbare elementen die genoemd werden waren: 
  • Neem daadwerkelijk positie in om het andere paradigma te vertegenwoordigen. Wees krachtig in de keuzes die je hierin maakt en blijf rechtop staan, ook als het even tegen zit. 
  • Vertrouw erop dat je het kan, ook als je het nog niet hebt gedaan. We zijn geneigd om leren als ‘spannend’ of ‘moeilijk’ te betitelen, maar leren is ook leuk. 
  • Betrek de eindgebruiker van de wet bij de ontwikkeling van je werkwijze. Gebruik hun perspectief in het op maat maken van oplossingen. 

Vanuit de wijsheid ‘je gaat het pas zien als je het doorhebt’, zijn we de verplichting aangegaan om concreet te maken wat we doen en tijdens het leren ook het lerend effect (het resultaat) expliciet te maken voor bestuur, directie en collega’s. Zo is het leerproces ook een proces waarin er ‘geleverd’ wordt. 
 

Hoe nu verder: hete hangijzers

Steeds meer publieke organisaties besluiten om in het licht van de Omgevingswet naar hun eigen organisatie te kijken. Om goed voorbereid te zijn op de komende economische, maatschappelijke en technologische uitdagingen. Met oog voor wat die concreet betekenen voor hoe we met elkaar in Nederland de fysieke leefomgeving organiseren. Wij worden met regelmaat gevraagd om hierbij te helpen en/of leertrajecten te ontwikkelen rondom de invoering van de Omgevingswet. De balans tussen leren en leveren is ook voor ons iets om uit te vinden. Daarom is die balans weer anders in elke organisatieontwikkeling en/of elk leertraject met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet. Wij geloven in een gerichte aanpak op maat. Kijk bijvoorbeeld eens naar de verhouding leren-leveren en hoe die nu in je praktijk is. Als die effectief is en bij je organisatie past, lukt het om duurzaam te veranderen. Klopt die verhouding in je praktijk niet, dan komt de duurzame organisatieverandering die nodig is niet tot stand. Het is dan zaak om echt de effectieve, werkbare balans te vinden tussen leren-leveren. Zo creëren we de kans om de Omgevingswet niet alleen volgens de letter maar ook volgens de geest van de wet te implementeren. 
 

Doorpraten?

Collega’s Anna Rozendaal, Ward Deckers, Jeroen Niemans, Jelly van der Weerd en Quirijn de Kraker kennen de praktijk goed. In en rond maatschappelijke opgaven zetten zij met verschillende publieke organisaties samen stappen om succesvol verder te komen. Doorpraten over organisatieontwikkeling in het licht van de Omgevingswet? Met jouw project- of programmateam kritisch kijken naar waar je met elkaar leert en waar je levert? Benieuwd hoe je voor omgevingsprofessionals een leertraject inricht? Neem dan contact met ons op.