Transformatie sociaal domein in de praktijk: betere samenwerking nodig voor gezinnen voorbij organisatiegrenzen en -systemen

Sinds de drie decentralisaties zijn er in de dagelijkse praktijk van het sociaal domein veel stappen gezet. Denk aan hoe wijkteams werken, vlakbij de burgers. Of aan de politiek die meer mogelijkheden kreeg voor de invulling van zorg en ondersteuning. ‘Gemeenten hebben decentralisatie goed opgepakt’, deelde minister Kajsa Ollongren onlangs zelfs met de Tweede Kamer. En nu verder! Wie goed kijkt naar de praktijk, ziet echter ook patronen die een verdere transformatie in de weg staan. Die maken dat we kunnen afdrijven van waar het echt om draait in het sociaal domein: de bedoeling. Om verder vooruit te komen en te verbeteren in de dagelijkse praktijk, moeten we patronen kritisch bekijken. Om ze met elkaar te doorbreken. Wat daar volgens mij voor nodig is? Het lef en durf om minder naar elkaar te kijken en te wijzen en meer te doen, bijvoorbeeld in hoe partners samenwerken voor en met getroffen gezinnen.  

Neem bijvoorbeeld de komst van Veilig Thuis, daarmee is het eenvoudiger om incidenten te bekijken vanuit een gezinssysteem (0 tot 100 jaar). Mijn kijk op de praktijk in het sociaal domein en mijn persoonlijke reflectie deel ik zoals ik die als interim-directeur-bestuurder bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) de afgelopen twee jaar van zeer dichtbij heb leren kennen in relatie tot de ketenpartners en opdrachtgevers (gemeenten). Onlangs deelde ik al Transformatie sociaal domein in de praktijk: verleg de blik, breek met elkaar uit de negatieve spiraal en wijs niet meteen schuldige(n) aan
 

Samen 

Het (h)erkennen, analyseren en aanpakken van geweld kan geen enkele professional in zijn eentje. Niet-pluis-signalen kunnen komen uit het hele netwerk om iemand of een gezin heen. Organisaties als scholen, buren, behandelaren en politie kunnen signaleren. Om vervolgens te beslissen wel of niet iets met het signaal te doen. Elke verschijningsvorm van geweld kent zijn aard, ernst en taaiheid en vraagt om een eigen aanpak, die in de eerste plaats begint bij het gezin en de situatie zelf. Een aanpak die voortkomt uit wat op dat moment voor die specifieke persoon of personen noodzakelijk is. Dat moeten we altijd in samenspraak met het gezin doen, het kind of de kinderen in kwestie altijd spreken, om alleen al de personen serieus te nemen als voorwaarde voor een goede aanpak. De Inspectie uit terecht zorgen over het feit dat men in de praktijk deze stap soms overslaat om tijd te winnen. Belangrijk is wel dat snel helder is wie ‘het gezicht’ vanuit de verschillende zorgorganisaties is voor het gezin en die dat, met het oog op de continuïteit, liefst ook langere tijd blijft. Dit draagt positief bij aan een goede samenwerking met en voor het gezin in kwestie. Het is vervelend om een ernstig verhaal meerdere keren te moeten toelichten voordat er echt iets gebeurt.
 
Het zou mijns inziens in de uitvoeringspraktijk helpen als professionals en organisaties meer vanuit vertrouwen en pragmatisme (samen)werken dan nu. De praktijk laat zien dat we criteria hebben ‘wie waarvan is’, wanneer je iets overdraagt naar een andere organisatie (lees overdragen hier vaak als voor het gevoel uit de categorie ‘over de schutting gooien’) en hoe we zo gezinnen en mensen met problemen ‘door onze keten schuiven’. Daar wringt de schoen. We verzuimen namelijk vaak centraal te stellen ‘Wat is er van wie nu (!) nodig om het juiste te doen?’. Daarin zit ruimte voor de gedachte ‘ik ben nu (!) als professional niet van toegevoegde waarde maar ik vertrouw erop dat mijn collega-professionals mij betrekken als dat op een ander moment wel zo is’. 
 

Papieren werkelijkheid 

In de praktijk heb ik natuurlijk ook gezien dat zoiets voor inkopende en toetsende organisaties lastig is. Het wordt op papier diffuser wie waarvoor precies verantwoordelijk is maar dat neemt voor mij niet weg dat echt verantwoordelijkheid nemen voor wat er nodig is in de praktijk start bij het niet-doorschuiven ervan naar anderen. En het doorschuiven doen we omdat we nu eenmaal mandaat hebben tot de grenzen van onze eigen organisatie. We ‘mogen’ er niet overheen. Dat klopt niet met de praktijk van ons vraagt. Professionals moeten daarin juist kunnen optreden in netwerken en ook mandaat hebben voor maatwerkoplossingen. Alleen dan ben je slagvaardig naar de gezinnen waar het om gaat en dat kan alleen met samenwerkingspartners die dezelfde attitude en actiegerichtheid hebben.
 
Attitude gaat over de wijze van werken die past bij de transformatie: oordeelsvrij het gesprek aangaan met collega-professionals (dat wil je met gezinnen ook), uitgaan van eigen kracht, werken in netwerken, positief waarderen, aandacht voor wat goed gaat in combinatie met wat beter kan en iets van elkaar overnemen als de situatie er echt om vraagt. De ervaring uit de praktijk is dat we makkelijk mopperen over elkaar maar ons niet altijd naar elkaar uitspreken. Dat helpt niet in een samenwerking waarin je elkaar juist snel moet vinden vanuit toegevoegde waarde en scherpte op de aanpak voor een gezin.
 

Informatie 

Samenwerking is in de praktijk meestal makkelijker als er sprake is van een crisis.  Als een situatie urgent is. Dan gaan we aan de slag, benaderen we elkaar en doen we. Een gedeeld gevoel van urgentie voor een gezin doet iedereen harder lopen en zorgt in het moment voor actiegerichtheid. Als er geen gevoel van urgentie is, doen we dat niet. Dan gaan we over tot het model van doorschuiven en leiden de systemen en procedures van de eigen organisatie ons. Gaan we bijvoorbeeld informatie van de ene organisatie omzetten in een format of aanmeldformulier van een andere organisatie. Zinloze en verspilde tijd! We zullen echt een manier van (samen)werken moeten vinden die de kracht en energie benut van de actiegerichtheid in een crisissituatie. Dat vraagt bijvoorbeeld wel dat we veel flexibeler met informatie omgaan: sturen op welke informatie nodig is in plaats van hoe we informatie in een systeem/format passen. Systemen en procedures moeten altijd ondergeschikt blijven aan goed en snel handelen in de praktijk. Dan kunnen professionals van bijvoorbeeld Veilig Thuis snel handelen in de praktijk en is daardoor de kans om duurzaam het verschil te maken voor gezinnen groter. Wanneer je te laat in actie komt, dan is een incident al te lang geleden. Zo’n gezin voelt na een tijdje niet (meer) de noodzaak om echt iets te willen veranderen. Als dat gevoel in en rond het gezin afzwakt of verdwijnt, ligt een volgend incident op de loer.  
 

Actiegerichtheid en samenwerking als vertrekpunt

In de praktijk zie ik kansen in de absolute gedrevenheid van professionals in het brede zorg- en veiligheidsdomein om te doen wat nodig is. In hun positief-kritische blik op administratieve handelingen, organisatiegrenzen en andere hobbels zie ik bovendien de aanknopingspunten om de verdere transformatie in het sociaal domein te organiseren. Op een manier die actiegericht is, lijkt op handelen in crisissituaties en start met samenwerking als vertrekpunt. Dan moeten we dat wel nu gaan doen. Hoe langer we wachten, hoe strakker de eigen procedures van betrokken organisaties vaak gaan staan en hoe lastiger het is deze weer wat los te weken!   
 

Doorpraten over wat nodig is? 

Jouw kijk op de praktijk met me delen? Doorpraten over wat nodig is in de praktijk van de transformatie van het sociaal domein? Neem dan contact met me op!