Prinsjesdag 2018 – van plannen naar het echt werkbaar maken in publieke organisaties (Sociaal Domein)

Het stof is opgetrokken, de troon is opgeborgen, de Glazen Koets staat weer gestald, de bijzondere outfits en de hoeden van de politici liggen weer in de kast. Het ceremoniële gedeelte en het rekenwerk rond Prinsjesdag 2018 zit erop. Het is tijd om aan de slag te gaan om de plannen uit de Miljoenennota werkbaar te krijgen in de praktijk. Vanuit onze eigen ambitie om met verschillende publieke organisaties te komen tot betere prestaties in het publieke domein volgen we Prinsjesdag met veel interesse. Verschillende collega’s keken bijvoorbeeld met belangstelling naar de plannen in het sociaal domein.  

 

Bouwen aan een hechte samenleving

In de Troonrede hoorden we de Koning het volgende zeggen over bouwen aan een hechte samenleving. ‘De regering neemt initiatieven om eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan en kwetsbare groepen meer vaste grond onder de voeten te geven’. Om later te vervolgen met: ‘We mogen niet accepteren dat mensen met problematische schulden, personen met verward gedrag en een groeiend aantal zwerfjongeren aan de rand van de samenleving komen te staan. Samen met provincies, gemeenten en lokale instanties wil het Rijk brede coalities vormen’. Dat motiveert ons ook in ons dagelijks werk voor opdrachtgevers in publieke organisaties, zoals gemeente Utrecht (onze collega Marian was daar recent interimmanager Beleid bij Werk & Inkomen) en het Programma Sociaal Domein (onze collega Veerle is daar op dit moment programmasecretaris). Op zulke plekken zien we publieke organisaties samen met partners in het lokale veld met en voor inwoners het verschil maken.  
 

Op weg naar een solide en sterk Nederland 

Succes zit ‘m mede in duurzaam investeren, als partners aandacht besteden aan elkaar, stevige coalities bouwen én vaker kiezen voor radicale oplossingen.  Als we dat doen, zijn we op weg naar een solide en sterk Nederland. We willen bijvoorbeeld allemaal graag een Nederland waar we straks tegen elkaar kunnen zeggen: Nederland is schuldenvrij - er is niemand meer met problematische schulden! Voor betere prestaties in zulke maatschappelijke vraagstukken is naast (digitale) innovatie (zoals naar Utrechts voorbeeld) ook investeren in samenwerking nodig. Als regio, stad, buurt en wijk slim samenwerken en ook Rijk, provincies en gemeenten elkaar goed opzoeken en vinden, zijn mooie stappen vooruit mogelijk.  
 

Concreet en voorstelbaar 

Samen stappen vooruit zetten lukt in het sociaal domein steeds beter door opgaven concreet en voorstelbaar te maken. Alleen zo wordt een aanpak effectief en maken we verschil voor de mensen die, om met de woorden van de Koning te spreken, ‘meer vaste grond onder de voeten nodig hebben’. Het voelbaar en voorstelbaar vertalen van onze welvaart (het is immers hoogconjunctuur) naar het leven en de gezondheid van iedere inwoner van Nederland lukt nog niet overal. Tegelijkertijd zien we gelukkig om ons heen dat opgaven rond ‘gezond stedelijk leven’ hoog op de publieke en politieke agenda staan. Denk bijvoorbeeld aan ‘werk maken van werk’, aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, jeugdhulp, armoede-aanpak, inburgering en sociale wijkteams. Stuk voor stuk grote opgaven die veel vragen van de publieke organisaties die daarin acteren, zien we in de praktijk. Een lerende werkpraktijk met ruimte voor pilots helpt dan. Tegelijkertijd is er in het sociaal domein behoefte om voorbij pilots te kijken en geleerde lessen echt te verbinden aan het dagelijkse denken en doen.  
 

De juiste (financiële) middelen 

‘De groei van het gemeente- en provinciefonds’, waarover de Koning in de Troonrede sprak, wekt de verwachting dat voor stappen vooruit in het sociaal domein de juiste (financiële) middelen beschikbaar komen. Dat zou voor gemeenten prettig zijn. Dat geld komt helemaal niet voldoende beschikbaar, laten de reacties uit het veld zien. Zo benadrukte de VNG in hun Prinsjesdag-persbericht expliciet: ‘tekorten in het sociaal domein trekken een behoorlijke wissel op de gemeenten’. De G40 reageerde dan ook met een oproep aan het kabinet om met extra geld voor het sociaal domein te komen. De constatering is helder en de boodschap uit het veld duidelijk. Om als gemeenten de belangrijke rol(len) te pakken die het Rijk hen in verschillende ‘decentralisatieslagen’ rond knellende maatschappelijke vragen toedicht zijn wel de juiste financiële middelen nodig om het echt werkbaar te maken in de praktijk. Die zijn er nu niet. Tekorten zetten ontwikkelingen in de transformatie onder druk, zien we in verschillende publieke organisaties in het sociaal domein. Neem bijvoorbeeld de jeugdhulp, daar knelt het in de praktijk vaak echt. Programmatische financiering, aandacht en inzet zoals in het programma ‘Zorg voor de jeugd’ van minister De Jonge draagt weliswaar positief bij maar biedt ook niet de structurele oplossingen die nodig zijn in het sociaal domein. Belangrijk vraagstuk voor de komende tijd is dan ook het doorbreken van de knel in de financiering in het sociaal domein, bijvoorbeeld door slim omgaan en samenwerken met de bedrijfsvoering. Om zo budgetten te ‘ontschotten’, slimme ICT-oplossingen te vinden, datagedreven te sturen en de juiste juridische samenwerkingsconstructen te vinden. Wij geloven in bedrijfsvoering als partner om zulke (financiële) opgaven in het sociaal domein op te pakken en hier met publieke organisaties stappen in vooruit te zetten.  
 

Doorpraten

Met ons vooruitkijken? Eens doorpraten over opvallende, interessante en relevante zaken uit de Miljoenennota en de Troonrede en hoe die raken aan onze dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld in het sociaal domein of Energietransitie? Van gedachten wisselen over hoe we het in publieke organisaties echt werkbaar maken? Neem dan contact met ons op.