Gebruik digitale overheidsvoorzieningen blijft achter

De samenleving digitaliseert snel, ruim 94% van de Nederlanders heeft een breedband internetaansluiting. We bestellen onze boodschappen online en sluiten een hypotheek af via de webcam. Toch blijft het gebruik van digitale overheidsvoorzieningen achter. Al in het regeerakkoord werd afgesproken dat dit anders moet. De digitale dienstverlening door de overheid moet beter. Burgers verwachten en verdienen van hun overheid immers minstens dezelfde service als van bedrijven.

Plicht voor overheidsorganisaties

In de Visiebrief Digitale Overheid 2017 vertaalt BZK dit in een plicht voor overheidsorganen om relevante informatie voor burgers, bedrijven en instellingen online aan te bieden. Nog verdergaand zijn de rechten die Plasterk burgers, bedrijven en instellingen geeft. Zij krijgen in 2017 het recht om al hun communicatie met de overheid - waaronder ook formele aanvragen - digitaal te voeren. Tevens krijgen zij inzage- en correctierecht op de over hun vastgelegde gegevens en mogen ze inzien aan wie deze gegevens worden verstrekt. Gegevens die al bekend zijn, hoeven zij daarbij niet nogmaals te verstrekken, dit draagt bij aan zowel de transparantie als de kwaliteit van de dienstverlening.

Digitaliseringsopgaaf

Kortom, overheidsorganisaties hebben te maken met een behoorlijke digitaliseringsopgaaf. Wij zijn dan ook blij dat BZK in de begroting van 2017 inzet op de ontwikkeling en het verplichte gebruik van open standaarden en gemeenschappelijke voorzieningen voor identificatie, authenticatie, informatievoorziening en gegevensuitwisseling. Eén overheid, één basis-infrastructuur en één platform waar burgers, bedrijven en instellingen al hun gegevens kunnen inzien, delen en corrigeren. Een mooie opgave, die veel vraagt van de ontwikkel- en investeercapaciteit van publieke organisaties. En niet te vergeten, van de digitale vaardigheid van de samenleving, maar daarover later meer!