Ervaringen na twee jaar werken met buurtteams

Het is zover: in het gehele land zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van hun inwoners en zijn sociale (wijk)teams operationeel om dichtbij en snel ondersteuningsvragen op te pakken. Aankomend jaar zal in het teken staan van het door ontwikkelen en uitbouwen van de nieuwe werkwijze en daarbij te kijken wat werkt en wat nog niet. Interessant zijn de eerste resultaten die behaald worden door de wijkteams. Hiemstra & De Vries was afgelopen jaar betrokken bij de ontwikkeling van de buurtteams Jeugd & Gezin in de gemeente Utrecht. Het jaar is afgesloten met een tweedejaarsevaluatie.

Leren van de praktijk

Door middel van kwantitatieve én kwalitatieve methoden zijn de resultaten van het werk van de buurtteams onderzocht. Hierbij is gekeken naar de soorten problematiek en gezinskenmerken, de werkzame en minder werkzame bestanddelen van de werkwijze van de buurtteams in de praktijk, de ervaringen van cliënten en in hoeverre de leidende principes van ‘het buurtteamwerken’ ook daadwerkelijk worden gerealiseerd.

Wat werkt?

Kijkende naar de aard van de problematiek blijken de meeste ondersteuningsvragen te spelen op het vlak van opvoeden en financiën, gevolgd door relatie ouders onderling, onderwijs en veiligheid. De meest werkzame bestanddelen van het werk van de buurtteams Jeugd & Gezin zijn de laagdrempeligheid, fysieke nabijheid en praktische oplossingsgerichtheid. Ook de neutraliteit en de verwijs- wegwijsfunctie die de gezinswerkers vervullen zijn een belangrijk werkzaam bestanddeel. De teams leveren maatwerk per buurt en kunnen de begeleiding flexibel en integraal opstarten. Ook het nieuwe zorgmeldingstraject (met de komst van SAVE) wordt als belangrijk bestanddeel van de buurtteams ervaren.

Wat werkt minder?

Kijkende naar de minder werkzame bestanddelen dan zijn dat in deze eerste fase afstemmingsproblemen met partners: de samenwerking verloopt nog niet altijd volgens verwachting en daarnaast weten met name partijen in het ‘voorveld’ soms nog te weinig van de buurtteams, waardoor deze samenwerking nog onvoldoende uit de verf komt. Een ander minder werkzaam bestanddeel, en dus uitdaging voor 2015, is de rolinvulling van de gezinswerkers van het buurtteam bij specifieke problematiek. Dit geldt zowel voor chroniciteit als de schuldenproblematiek. Voor beide onderwerpen is de vraag niet óf maar in welke hoedanigheid en intensiteit de gezinswerkers hierin een rol spelen, met name omdat deze problematieken het risico van dichtslibben van de capaciteit van de buurtteams in zich hebben.

Blik op de toekomst

De resultaten uit de evaluatie kunnen gebruikt worden om verder op voort te bouwen. Wij zien 2015 maar ook 2016 als een belangrijk jaar waarin de meerwaarde van de buurtteams zal moeten renderen. Met name druk op financiën en daardoor capaciteit zullen bij vele wijk- en buurtteams een uitdaging zijn, wat dwingt om de werkwijze door te ontwikkelen. Laten we hopen dat de werkwijze niet al wordt afgerekend voordat deze in zijn totaliteit uit de verf heeft kunnen komen.