6 januari 2022

Verschil maken in Rhenen

Gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven en de financiële situatie is vaak onzeker. Tegelijkertijd is er een toekomstgerichte organisatie nodig. Een sterke overheid die sturing geeft aan maatschappelijke opgaven, wendbaar is en grip heeft op financiën met een toekomstbestendige begroting. Over de manier waarop je werkt aan een toekomstbestendige organisatie in de huidige situatie en specifiek de rol van hoger management hierin, spreken we met een aantal managers en bestuurders.

Ons vijfde gesprek, en laatste gesprek, in deze interviewreeks is met Pieter Bonthuis. Pieter is sinds 2012 de gemeentesecretaris van de gemeente Rhenen. De gemeente bestaat uit de stad Rhenen die in 1258 stadsrechten kreeg en de dorpen Elst en Achterberg. Met ruim 20.000 inwoners is het een relatief kleine gemeente. Dat maakt het werken er aantrekkelijk voor Pieter die enthousiast vertelt: ‘Je werkt voor de publieke zaak en in een kleine gemeente kan ik eenvoudiger het effect van mijn werk zien. Ik wil kunnen zeggen dat wij het verschil maken, maar dan moet ik ook wel zien en voelen dat we het verschil ook maken.’

Wat is de financiële situatie in Rhenen?

‘Financieel staan we er goed voor, maar als je kijkt naar de exploitatie en de structurele effecten dan balanceren op een dun koord. We hebben geen geld voor de grote opgaven, zoals duurzaamheid, energietransitie en de regionale woningbouwopgave. Dit jaar krijgen we extra geld voor het sociaal domein. Daarmee is er voor het eerst sinds jaren geen bezuinigingsoperatie nodig en is er zelfs beperkt ruimte voor nieuwe wensen.’

Voor het eerst geen bezuiniging. Wat doet dat met de organisatie?

‘Op zich weinig maar het geeft wel rust. Nog steeds weet iedereen dat we verstandige keuzes moeten maken met ons geld. We blijven zuinig, zo ben ik ook opgevoed. ‘Is er geld over, dan is het over. Dan maken we het niet op. Dan is het aan de raad om het te bestemmen. En dan gaat het toch wel op de een of andere manier terug naar onze inwoners. Deze keer is het vooral ingezet voor het beperken van de woonlasten. Maar er is in het verleden ook wel geïnvesteerd in de organisatie onder andere om de hoge werkdruk te verminderen. Dat is fijn en ook echt noodzakelijk!’

Wat voor leider ben jij?

‘Mijn stijl is die van dienend leiderschap. Ik wil mensen de ruimte geven en vooral kijken naar kwaliteiten, dus naar wat iemand wel kan. We werken ook met de methode van waarderend vernieuwen en werken vanuit de bedoeling. Ik vind het leuk om mensen te coachen. Zo hebben we een trainee aangenomen, zonder ervaring, maar wel met potentie. Zo iemand help ik graag op weg. Ik wil graag het enthousiasme overbrengen wat ik zelf heb voor de publieke sector. En verder wil ik dat mensen het naar hun zin hebben in de organisatie. En dat gaat denk ik wel goed, want twee jaar geleden waren we de beste werkgever in de categorie gemeenten tot 50.000 inwoners. En ik ben er natuurlijk trots op dat medewerkers zelf zeggen dat zij bij de beste werkgever werken.’

Welke ontwikkelingen komen eraan die impact hebben op Rhenen?

‘Prominent is de regionale woningbouwopgave. We werken daarin intensief samen in de FoodValley. Rhenen heeft een groot buitengebied: het Binnenveld. Verder zijn we omringd door natuurgebieden. Diverse politieke partijen hebben landbouw hoog in het vaandel. Als je daarnaast de opgave op stikstof en alles rondom duurzaamheid bekijkt, dan voel je dat er spanning is. Het dwingt ons te denken over reductie van agrarische activiteit. Er is in Rhenen ook niet veel plek om te bouwen, doordat we omringd zijn door het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Dit geeft veel restricties en wetten waarmee je rekening te houden hebt.

Er zijn ook een aantal andere grote opgaven, zoals klimaatadaptatie en de energietransitie, waar wij als individuele en kleine gemeente maar een beperkte bijdrage aan kunnen leveren. Gelukkig is er de wil om intensief samen te werken om deze grote opgaven samen te realiseren.

Rhenen probeert deze opgaven aan te vliegen door te werken vanuit de bedoeling. We kijken wat er wel kan en hoe wij de inwoner helpen om iets voor elkaar te krijgen. Participatie, contact met inwoners is erg belangrijk. En we zoeken actief andere partijen op. Over het Binnenveld spreken we met veel partijen: de boerenorganisaties, het Rijk, Nederlandse Spoorwegen, Staatsbosbeheer, Utrechts Landschap en partijen met grondposities. Wij schrikken niet van deze complexiteit en durven daarin te handelen. Dwars door één van de mogelijke toekomstige woonwijken loopt een spoorlijn. Dat biedt veel kansen voor mobiliteit en de ontsluiting van het gebied. Dan praat je over een nieuw station en daarmee hebben we direct ook in onze buurgemeente Veenendaal een gesprekspartner.’

Wat vraagt het intensief samenwerken van je medewerkers? 

‘Voor ons is samenwerken een bestaansnoodzaak. Wij moeten veel samenwerken en dat vraagt samenwerkingsvaardigheden. Die kun je ontwikkelen. We stimuleren dat ook intern en vanwege het grote belang is dat niet vrijblijvend. Medewerkers moeten actief betrokken zijn in de regio. Anders kunnen we ons werk niet goed doen voor onze eigen inwoners. Het is wel aan inwoners om daar zelf een invulling aan te geven die bij hun past. We werken op ruim 60 verschillende gebieden samen, van FoodValley tot dierenopvang en alles wat daar tussen zit.

Zelf ben ik actief in de Regio FoodValley op verschillende gebieden. Daar hebben we gesprekken over regionale vraagstukken als mobiliteit, ruimtelijke ordening, volkshuisvesting. Nu speelt de vluchtelingencrisis. Het is lastig om te merken dat de aanpak op de vluchtelingencrisis langs de lijnen van de provincies lopen. In de FoodValley hebben we te maken met twee provincies. Dat maakt het complex. Ik ben er trots op dat we vaak in regeerakkoorden komen als een goed voorbeeld van regionale samenwerking. Onlangs hebben we ook nog een regiodeal gesloten met het Rijk. Als kleine gemeente wordt er wel degelijk rekening met ons gehouden. Als we maar actief samenwerken en zelf die samenwerking serieus nemen. Dat probeer ik ook veel intern te vertellen. Als je regionaal samenwerken serieus neemt dan kan je echt verschil maken.’

Hoe ziet de toekomst van Rhenen er uit? En wat betekent dat voor de ambtelijke organisatie?

‘Ik zie Rhenen groen en mooi blijven. Met aandacht voor recreatie en cultuur. We kijken hoe we dat nog verder kunnen versterken. Zo zijn we bijvoorbeeld bezig met de aanleg van een jacht- en passentenhaven. Hoe blijft Rhenen aantrekkelijk? Welke ontwikkeling is er dan nodig en hoe verhoudt zich dat tot de grote opgaven? Dat is erg lastig in te schatten. Er zijn zoveel krachten die meespelen en het zijn vaak erg stroperige processen. Met de Regiodeal deden we zaken met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteiten. Ineens zat ik met zes ministeries om tafel. Dat moet echt anders.

Wij willen zelfstandig blijven. We denken in Rhenen dat we sommige dingen beter kunnen doen dan een grote gemeente. We staan dichtbij de inwoners. Dat geeft ons een goede uitgangspositie. In Rhenen hebben wij de organisatie goed op orde. We hebben veel goede mensen met goede arbeidsvoorwaarden. Specifieke kwaliteit betrekken we waar nodig van buiten. Als kleine gemeente heb je logischerwijs niet alle disciplines in huis, en met het bestuur weten we hierop tijdig te anticiperen.

Wij hebben een kleine organisatie verdeeld over vier domeinen. Daarbij hebben we een interne pool van medewerkers die volledig flexibel inzetbaar zijn. Zo kunnen we snel inspelen op vragen en projecten. Daarmee hebben we mensen die je gewoon kan vragen om een vraagstuk op te pakken. Bijvoorbeeld dat de aanvliegroutes van vliegveld Lelystad over Rhenen gaan. Dit werkt erg goed, omdat deze medewerkers het flexibele werk juist aantrekt en daardoor zijn ze er ook goed in. Zo gaan we weer van de kracht van mensen uit, passend bij onze organisatieprincipes. Rhenen heeft een platte organisatie waardoor bijvoorbeeld beleidsmedewerkers direct in gesprek zijn met onze wethouders. Medewerkers zijn met onderwerpen en/of projecten direct betrokken, van voorbereiding tot en met uitvoering. Dat maakt het werken in Rhenen interessant.

We zijn nu bezig met de visie op Rhenen. Afgeleid daarvan houden we de organisatie tegen het licht. Zij we klaar voor de toekomst? Wat vraagt de digitale transformatie en ontwikkelingen als datagedreven werken van de organisatie en de bedrijfsvoering? Dat is nog onontgonnen gebied voor ons. Dit gaat ook impact hebben voor onze medewerkers. Daar hebben we nu op in te zetten. Een mooi voorbeeld van deze ontwikkeling is dat we voor de raad een dashboard met informatie over het Sociaal Domein hebben gemaakt.’

Waar zie je zelf het resultaat van je werk?  

‘Als inwoner maak ik zelf mee hoe Rhenen zich ontwikkeld. Medewerkers die niet in Rhenen wonen hebben dat gevoel toch minder.’ Hij benoemt met trots en glimmende ogen een voorbeeld: ‘We hebben voor de reconstructie van de weg waaraan ik ook zelf woon een digitale wandeling gemaakt. Virtueel loop je erdoorheen en dan kun je je voorstellen hoe het wordt en zien welke keuzes mogelijk zijn. En nu is het een resultaat waar iedereen tevreden over is. En je voelt je als inwoner erg betrokken bij het proces. Daar doe je het voor.’

Deze interviewreeks is opgezet als een estafette. Het stokje wordt steeds doorgegeven. Pieter kreeg de beurt van Arjen Droog, Directeur van regio FoodValley. Na vijf gesprekken merken we dat er een aantal terugkerende bouwstenen zijn voor een toekomstbestendige organisatie en een aantal lessen in de manier waarop het hoger management werkt. Deze delen we in de komende weken!

Deel dit bericht