Helpt beter presteren!

De betekenis van de Omgevingswet voor de wijze van organiseren van publieke organisaties

Er is toenemende aandacht voor de betekenis van de Omgevingswet voor publieke organisaties: er worden visies en vergezichten opgesteld over hoe de fysieke leefomgeving eruit ziet na invoering van de Omgevingswet. Publieke organisaties beseffen dat de Omgevingswet meer is dan een wettelijke exercitie. Onderbelicht is wat de verandering die de Omgevingswet vraagt van de wijze van organiseren. Wat vraagt het van je structuur, je aansturing als leidinggevende en je professionals? Wij zien drie aandachtspunten voor publieke organisaties bij het voorbereiden van de interne organisatie op de Omgevingswet.

Aandachtspunten voor de wijze van organiseren

1. De confrontatie met ‘buiten’ organiseren

Een belangrijke pijler van de Omgevingswet is dat overheden meer vanuit de ‘klant’ gaan denken. Dat wordt makkelijker als die klanten een gezicht hebben. Organiseer in het dagelijkse werk de confrontatie met de klant. Door bijvoorbeeld meer aandacht te besteden aan de kwaliteit van de front-office of door job roulatie, waardoor elke professional zo nu en dan in contact staat met de klant. Op die manier weten professionals beter wat er buiten speelt en welke opgaven er ‘buiten’ zijn.

2. Sturing op generieke ketens versus specialismen

Het fysieke domein kenmerkt veel specialistische disciplines, zoals milieu, duurzaamheid, verkeer, veiligheid, et cetera. En die specialismen zijn niet te vinden binnen één overheidsorganisatie. Het doel van de Omgevingswet is dat deze specialismen beter met elkaar gaan samenwerken, integraal werken. Met integraal werken bedoelen we het organiseren van de samenwerking in de beslisketen van visie, plan, vergunning, handhaving en beheer voor alle disciplines in de fysieke leefomgeving. De interne organisatie kan deze ketensamenwerking ondersteunen. Bijvoorbeeld door de belangrijkste ketens een plek te geven in de organisatiestructuur.

Integraal samenwerken in de fysieke leefomgeving betekent zeker niet dat specialismen worden opgeheven. De uitdaging wordt om in je organisatiestructuur een antwoord te geven op verbreding in ketens en blijvende professionele ontwikkeling van specialismen. Bijvoorbeeld door twee sturingsprincipes centraal te stellen in de organisatiestructuur: de belangrijkste klantprocessen (ketens) en specialistische ‘thuisteams’.

3. Sturing op mensen in plaats van inhoud

Professionals in het ruimtelijke domein zijn vaak inhoudelijk gedreven en gaan van nature het liefst concreet vanuit de praktijk aan de slag. Dat zien we ook terug in de sturing in het fysiek domein. Leidinggevenden sturen vaak op inhoudelijk resultaat en zijn zelf ook sterk op de inhoud. De toegevoegde waarde van leidinggevenden komt in de toekomst juist verder van de inhoud af te liggen. Als professionals het verschil moeten maken in houding en gedrag voor de ‘klant’ (van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’), dan vraagt dat sturing op de professionals. Als klankbord, coach of facilitator bij dagelijkse problemen en als stimulator in professionele ontwikkeling. Hebben leidinggevenden dan geen rol meer in de inhoud? Nee, leidinggevenden houden een rol in de inhoud, maar die rol verandert. Van het beste jongetje of meisje van de klas, naar bewaker van de integraliteit en sturing op de ‘bedoeling’ van een opgave.

Meer weten?

Wil je meer weten over wat de Omgevingswet voor de manier van organiseren van jouw organisatie betekent? We denken graag met je mee! Neem gerust contact op met Jelly van der Weerd.


Deel: