Helpt beter presteren!

Ik wil géén WGR!

Veel gemeenten werken aan samenwerking. In de bedrijfsvoering om kosten te beheersen, dienstverlening te verbeteren, of bij de drie decentralisaties om kennis en expertise te delen, kwetsbaarheid te verminderen of omdat de wet daartoe verplicht.

Discussie over structuur leidt af

De intentie om samen te werken is snel uitgesproken. We zien echter dat het niveau van de discussie die daarop volgt, te veel en te vaak gaat over de vorm van samenwerking. De discussie begint of eindigt regelmatig met de uitspraak: 'ik wil géén WGR'.

Deze discussie leidt af van waar het gesprek over zou moeten gaan, namelijk: 'hoe organiseren we dat onze jeugd zonder zorgen kan opgroeien?' of 'kunnen we samen een bezuiniging op de bedrijfsvoering realiseren?'. De inhoud en toegevoegde waarde van samenwerken zou voorop moeten staan.

Ben pragmatisch en houd het simpel

De oplossing voor het organiseren van succesvolle samenwerking ligt daarom bij het simpel houden van de structuur voor samenwerking en vooral een pragmatische insteek te kiezen. Hiervoor zijn vier redenen:

  1. Je hebt vaak geen tijd om een geheel nieuwe structuur op te tuigen. De taken die op je afkomen, zoals de transitie jeugdzorg, komen in een hoog tempo op gemeenten af. Er is geen tijd voor het inrichten van hele nieuwe structuren en beter is het om voor de korte termijn bij bestaande samenwerkings- of overlegstructuren aan te sluiten.
  2. Je weet nog niet wat je nodig hebt. Vaak weet je op het moment dat de samenwerking start, nog niet welke vorm van samenwerking je nodig hebt. Bijvoorbeeld op het terrein van de jeugdzorg zijn gemeenten nog zoekende wat de decentralisatie precies inhoudt en waar de samenwerkingsvorm aan moet voldoen. Het risico bestaat dat onder druk een vorm van samenwerking wordt gekozen, die niet aansluit bij wat gemeenten later nodig blijken te hebben.
  3. Je weet nog niet precies wat je aan elkaar hebt. Een begin van samenwerking, is een begin van een proces waarin gemeenten elkaar beter leren kennen. De cultuur van de ambtelijke organisatie en de rol van de raad in besluitvormingsprocessen zijn voorbeelden van factoren die een samenwerking sterk beïnvloeden en die bij aanvang nog niet geheel kunnen worden doorgrond. Gaandeweg het samenwerkingsproces zal dit duidelijker worden en zullen gemeenten merken of hun samenwerking ook brengt wat ze hadden verwacht.
  4. Je weet niet wat de nieuwe raad wil. In deze tijd is het ook van belang dat nog niet bekend is hoe een nieuwe raad zal denken over het samenwerkingsverband. Het kiezen van een stevige samenwerkingsvorm kan tot gevolg hebben dat dit niet aansluit bij de verwachtingen van nieuwe raden en het samenwerkingsverband moet worden aangepast of zelfs ontbonden.

Creative en flexibele vormen

Uiteraard is enige formele vorm van samenwerking wel noodzakelijk. Er ontstaan steeds meer creatieve oplossingen op dit gebied. Denk aan een vrijwillige centrumgemeente op privaatrechtelijke basis, of gecoördineerde inkoop zonder formele samenwerkingsstructuren.

Anderen ideeën en oplossingen om samenwerking pragmatisch op te bouwen? Ik hoor graag nieuwe en bijzondere ideeën!

 


Deel: