Helpt beter presteren!

Sturen in het sociaal domein: kies en neem regie

Het is een misverstand dat gemeenten, instellingen, bedrijven, zorgprofessionals en burgers gezamenlijk sturing geven aan de drie transities. Ja, al deze partijen hebben een belang, maar nee, ze zitten niet allemaal aan het stuur. Gemeenten zijn in belangrijke mate in positie om de marktordening te bepalen. Vaak is deze regiefunctie nu nog gebaseerd op een brede visie, met algemene uitgangspunten die onderling om prioriteit vechten. Dit is nog onvoldoende stevig om de regie te pakken en om samenwerking te richten en in te richten. Er is actie nodig op vier terreinen: 

  1. Inzicht in belangen: de motor van samenwerking
  2. Neem de regie! 
  3. Kies passende inrichting van systemen en modellen
  4. Stuur op houding en gedrag die visie op rol, inhoud en sturing mogelijk maakt

1. Inzicht in belangen: de motor van samenwerking

Iedere organisatie in het sociaal domein heeft een eigen belang bij de transities. Deze zijn vrij voorspelbaar en raken met de huidige bezuinigingen rechtstreeks aan hun bestaansrecht. Er is weinig tijd in deze transities om kaarten tegen je borst te houden. Dit zet een aantal valkuilen voor alliantievorming en samenwerken wijd open. Belangen zijn niet vies maar vormen de motor voor samenwerken. Dit geldt zeker ook voor financiële belangen. Dit is realiteit. Dus onderken de belangen, begrijp de ander en bespreek met elkaar welke belangen voorrang hebben. Op basis hiervan kun je prioriteiten stellen en op zoek naar passende samenwerkingsvormen.

2. Neem de regie!

Tweede wat nodig is, is het maken van keuzes in de uitgangspunten die onder de visie liggen. Alle visies op het sociaal domein stellen ‘het huishouden centraal’, benadrukken het belang van ‘borging van kwaliteit’ en gaan uit van ‘ruimte voor professionals’. Dit is prachtig, maar we zitten nu op het punt dat we deze uitgangspunten onderling moeten wegen. Ga je sturen op kwaliteit of stuur je op budget? De keuze hierin is mede gebaseerd op de belangen die partijen hebben. Deels kun je deze keuzes zelf bepalen, deels worden ze ook ingegeven door kaders van het Rijk (bijvoorbeeld sturing op kwaliteit). Maak duidelijk aan partners waar de mate van ‘invloed’ ligt die je zelf als gemeente hebt. Roep niet dat je minder op de ‘control’ gaat zitten in relatie tot kwaliteit, wanneer in de concept wetstekst Wmo staat dat hier mogelijk een landelijk systeem voor ontwikkeld wordt.

3. Kies passende inrichting van systemen en modellen

Wanneer je hebt besloten écht te sturen op basis van vertrouwen in de professional, betekent dit iets voor de inrichting van de organisatie. Bijvoorbeeld de keuze van het inkoopmodel. Deze keuze voor deze modellen is zo fundamenteel dat het samenwerking tussen gemeenten (on)mogelijk maakt. Een ander voorbeeld is hoe we omgaan met verantwoording van registratie van tijd. Als je uitgaat van vertrouwen in de professional, past een minutenregistratie minder goed en past planning=realisatie beter.

4. Stuur op houding en gedrag die de visie mogelijk maakt

Tot slot moet deze lijn worden doorgetrokken in houding en gedrag. Een keuze voor ‘groot vertrouwen in de professional’ kan betekenen ‘high trust = high penalty’. Dit is een consequentie waar je het in de samenwerking over eens moet zijn en geeft invulling aan de regiefunctie.

Meer weten?

We zijn allemaal nog aan het (onder)zoeken naar de beste manier om sturing te geven. Heb je vragen, aanvullingen of andere ideeën? Neem contact op met Bertram van der Wal:


Deel: